‘Goede regelgeving zal iedereen blij maken met platforms zoals Airbnb’

Dingeman Leijdens van TJIP

Er komt steeds meer maatschappelijke weerstand tegen platformen zoals Uber en Airbnb. In dagblad Het Parool stelde Marleen Stikker, directeur van Waag Society en ooit initiatiefnemer van De Digitale Stad, dat Uber een en Airbnb ‘parasiteren op de publieke waarde van de stad, zonder iets terug te geven.’ Wil dat zeggen dat zulke platformen bij voorbaat alleen maar slecht zijn? Nee, de platformeconomie is geen slechte ontwikkeling. Het is van alle tijden dat ondernemers nieuwe technologie omarmen en daarmee nieuwe producten en diensten ontwikkelen die bestaande bedrijfstakken ontwrichten totdat de overheid paal en perk aan stelt aan de negatieve neveneffecten met regelgeving.

Dit is een klassiek technologisch vooruitgangsverschijnsel. De randvoorwaarden moeten nog goed worden ingericht om eerlijke en niet overlast gevende platformen te realiseren. Daarnaast zijn er vele platformen die uitsluitend een sociaal doel dienen. Dat is de échte deeleconomie, denk aan onderling lenen en huren van goederen via Peerby, SnappCar en de vele crowdfunding platformen, daar kan niemand wat op tegen hebben. De voordelen die de gebruiker van een platform ervaart liggen veelal op het vlak van het sneller, efficiënter en goedkoper gebruik kunnen maken van producten of diensten dan mogelijk is in de traditionele economie. Maar wat is nu eigenlijk de kern van de platformeconomie waar waarde wordt gecreëerd?

Regulering vermindert weerstand

De opkomst van de platformeconomie gaat gezien de voorbeelden van Uber en Airbnb gepaard met ontwrichting en negatieve maatschappelijke gevolgen waar de ondernemers geen verantwoordelijkheid voor wensen te nemen totdat de publieke zaak die met staatsmacht gaat afdwingen. In dat stadium zijn we nu zo zoetjes aan beland, zoals te volgen is in de media. Die maatschappelijke verontrusting waarmee wordt gereageerd op technologische vernieuwing zag je ook in de negentiende eeuw toen de Industriële Revolutie zich voltrok. De olie-, spoorweg- en textielbaronnen trokken zich nergens wat van aan en bekommerden zich, bijvoorbeeld niet om de erbarmelijke woonomstandigheden van de arbeiders, totdat bestuurders, vaak samen met sociaal bewogen ondernemers zoals Stork en Philips maatregelen troffen op het gebied van huisvesting (bijvoorbeeld door de bouw van het Philipsdorp), volksgezondheid, huisvesting, onderwijs et cetera. Dat moet nu ook gebeuren door platforms onder een juridisch regime te brengen zodat de eigenaren van die platforms zich wel verantwoordelijk moeten opstellen en aan regels voldoen.

Dat platforms geen waarde creëren voor de samenleving kun je dan ook niet zo zwart-wit stellen. Dat doen ze wel degelijk, alleen is het dualistisch. Ze brengen niet alleen voordelen maar ook nadelen. Amsterdammers die klagen over overlast door rolkoffers, boeken net zo gemakkelijk een appartement via AirBnB in New York als New Yorkers in Amsterdam. Over de hele wereld worstelen steden met de vraag hoe ze moeten omgaan met de gevolgen van Airbnb. Stadsbewoners maken dus zelf gebruik van hetgeen ze in hun eigen achtertuin afkeuren – het Not In My Backyard syndroom. Het is dan ook realistischer om niet alleen op de negatieven randontwikkelingen te focussen, die in een later stadium ondervangen zullen worden door regulering, maar te kijken naar de essentie van de platformen. Wat is de kern van de platformeconomie en waarin schuilt hun waarde?

Waardecreatie

De waarde creatie van een platform zit vooral in snelheid, efficiëntie en besparing voor de gebruiker. Technisch gezien komt dit doordat platformen een gemeenschappelijke eigenschap hebben, namelijk dat ze ‘in de cloud draaien’, letterlijk in vele datacenters over de hele wereld zodat ze overal snel benaderbaar zijn. Dit zorgt voor schaalbaarheid en dus voor flexibiliteit en wendbaarheid van de onderneming. Voor de gebruiker betekent dit dat prijzen van diensten ook flexibel kunnen zijn, al naar gelang vraag en aanbod die vaak seizoensgebonden zijn. Dat de cloud platformen een open karakter hebben en er gekoppeld kan worden met andere software via zogeheten API’s zorgt voor meer samenwerking met andere app-ontwikkelaars en softwareleveranciers. Hierdoor gaat een wereld van nieuwe mogelijkheden open. Doordat verschillende partijen op elkaar zijn aangesloten, zijn platformen beter in staat de verbinding te leggen met de eindgebruiker. Die eindgebruiker verwacht steeds meer van zijn gebruikerservaring. Op een platform is door direct en veelvuldig contact het broodnodige engagement met de gebruiker gemakkelijker te realiseren dan ooit tevoren.

Een andere gemene deler is dat tussenpersonen of tussenschakels geëlimineerd kunnen worden, waardoor de dienst of het product in prijs kan dalen. Denk aan de reisbranche die nog nauwelijks afhankelijk is voor boekingen via reisbureaus. Vaak worden tussenpersonen die verantwoordelijk zijn voor bijvoorbeeld administratieve processen, het eerst overbodig, want digitaal verlopen die processen sneller en foutloos. Ook tussenpersonen die verantwoordelijk zijn voor advies krijgen een andere rol. Denk bijvoorbeeld aan gezondheidsverklaringen die je nodig hebt voor het afsluiten een levensverzekering. Met een platform kan zo’n gezondheidsverklaring door een ‘digitale arts’ beoordeeld worden in plaats van door een medisch acceptant of medisch adviseur. Een levensverzekering binnen één week ligt zo onder handbereik. Hier kan een kritische persoon natuurlijk weer zijn kanttekening bij zetten. Is het verantwoord dat door de digitalisering banen verdwijnen? Er ontstaan echter ook weer nieuwe banen en de adviseurs kunnen zich bezig gaan houden met klantcontact en doordacht advies. Dat functies van medewerkers veranderen met de komst van nieuwe economieën is geen nieuws, zo ging het in het verleden ook.

Het is mijns inziens te voorbarig om de deeleconomie of platformeconomie af te doen als een economie die geen waarde creëert. Hoe eerder de regelgeving hier omtrent wordt aangepast hoe beter. Het verleden is geen garantie voor de toekomst, maar leert ons wel dat het tijd vergt voordat een nieuwe economie zoals die van de cloudplatforms voor alle deelnemers in de maatschappij waarde creëert.

Dingeman Leijdens is oprichter en CEO van TJIP

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *