Tien jaar The Datacenter Group: Techneuten bouwen hun eigen datacenters

Wat doe je als het datacenter waar je serverruimte huurt de prijzen fors omhoog gooit? Dan steek je de koppen bij elkaar en begin je een eigen datacenter. Klinkt niet erg aannemelijk? Dat is precies wat de oprichters van The Datacenter Group tien jaar geleden deden. En met succes.

Raymond Kasiman en Siemon van den Berg zitten bij elkaar in de klas op de middelbare school. Twee ondernemende types die al op jonge leeftijd bezig zijn met ICT en internet. “Ik vond het veel interessanter om een bedrijf op te zetten dan nog langer in de schoolbanken te vertoeven”, zegt Kasiman. Het wordt Nxs Internet, een hostingbedrijf dat Kasiman en Van den Berg in 2000 op 17-jarige leeftijd startten. Wanneer het datacenter waar het bedrijf serverruimte huurt een aantal jaren later de prijzen verdrievoudigt, steken ze de koppen bij elkaar om te bepalen welke opties er zijn.

Pand uit de dotcom-bubbel

Ali Niknam, oprichter van TransIP – en inmiddels Bunq, komt Kasiman vaak tegen in de nachtelijke uren dat ze onderhoud uitvoeren. “We zaten beiden in de hostingwereld, wat destijds nog een heel klein wereldje was. Bovendien waren we beiden techneut, dat schepte een band. Op het moment dat ik de datacentermarkt zag veranderen, heb ik Raymond en Siemon uitgenodigd voor een etentje in Reeuwijk, of all places (TransIP was toentertijd gevestigd in Gouda – red.). Daar bleken we alle drie ideeën te hebben over hoe een datacenter beter kon.”

“Dus hebben we met z’n drieën een datacenter opgebouwd”, vertelt Van den Berg. Het drietal vindt een pand aan de Amsterdamse Kabelweg dat al een aantal handige kenmerken voor een datacenter heeft. “Er was veel leegstand door bedrijven die in de dotcom-bubbel het loodje hadden gelegd”, vertelt Niknam. “In het pand dat we vonden was al een verhoogde vloer aanwezig en de indeling was geschikt voor een datacenter. Voor de rest moest alles helemaal vernieuwd worden.”

Fundering van het internet

Een enorme klus, als je dat nog nooit hebt gedaan, zegt Kasiman. “We wisten door onze ervaring als klant bij verschillende datacenters precies wat we wel en niet wilden, maar hoe we het moesten opbouwen en runnen, dat hebben we echt moeten leren.” Dat was geweldig, grijnst Niknam. “Dan waren we ’s avonds laat met vuistdikke stroomkabels aan het slepen. Dat geeft toch een heel andere kijk op het leven van het internet. Waar voor de meeste mensen internet gelijk staat aan een mailtje sturen of een webpagina bezoeken, zitten wij echt in de fundering van het internet.”

De grondleggers van The Datacenter Group: Ali Niknam (l), Siemon van den Berg (m) en Raymond Kasiman (r)

Al gauw leren de ondernemers slim en efficiënt met hun datacenter om te gaan. Kasiman: “We leerden hoe we efficiënt energie konden inkopen en hebben door middel van een zelfontworpen klimaatbeheersingssysteem het energieverbruik fors kunnen terugbrengen.” Veel datacenters gebruikten destijds nog reguliere airconditioning om de lucht te koelen. Daarbij werd zo’n 50 procent meer energie verbruikt dan noodzakelijk was. “We hadden al ideeën over hoe we dat beter konden doen, dus vlak na de opening van het pand gingen we experimenteren. We bouwden een testopstelling om zo meetdata te verzamelen. Het bleek dat we de overhead met 70 procent konden terugbrengen.”

Van grasveld tot datacenter

Het datacenter loopt goed, maar het besef dat andere klanten tegen dezelfde problemen aanlopen als de drie oprichters, zorgt ervoor dat het plan voor uitbreiding vorm begint te krijgen. “De markt in Amsterdam groeide hard en we zagen ook elders kansen. In de regio Zuid-Holland was het aantal datacenters nog op één hand te tellen, dus kozen we voor de locatie Delft om een tweede datacenter te bouwen. Het voordeel daarvan was dat onze klanten daarmee meteen een uitwijklocatie kregen. Tot dan toe hadden veel van onze klanten een uitwijklocatie van een andere aanbieder”, zegt Van den Berg.

Niknam noemt de bouw van het datacenter in Delft in 2012  een van de hoogtepunten van The Datacenter Group in de afgelopen tien jaar. “Voordat we begonnen te bouwen was er letterlijk niets op deze plek. Er was een grasveld waar koeien stonden te grazen. Vervolgens zag je een bouwput en ontzettend veel mensen aan het werk en daar groeide ons nieuwe pand. Dat was echt heel leuk; een pand dat ook vanaf de snelweg te zien is.”

Efficiëntie is kernwaarde

Het nieuwe pand wordt direct met de meest energie-efficiënte systemen uitgerust. Niknam: “Siemon heeft vanaf het begin – en eigenlijk was hij daarmee een van de eersten in Nederland die duurzaam ondernemen onderstreepte – aangedrongen op het gebruik van groene stroom. Bovendien wilden we efficiënt met stroom en water omgaan. Naast ons zelf ontworpen klimaatbeheersingssysteem – dat onze datacenters een heel lage PUE-waarde geeft van 1,15 – hergebruiken we water om mee te koelen en gebruiken we duurzame energie.”

Efficiëntie is een belangrijke kernwaarde van The Datacenter Group die ver in de organisatie wordt doorgetrokken. Zo wordt er veel werk verzet met slechts een kleine groep mensen. “We werken met een klein en zeer gedreven team”, vertelt Van den Berg. “Het voordeel daarvan is dat we ons daarmee onderscheiden van de grote reuzen. We merken dat vooral bedrijven in de regio toch graag zakendoen met mensen. Ze zoeken naar een partner waar zij zich prettig bij voelen. Dat maakt dat we al jarenlang harder groeien dan de markt.”

Inmiddels telt The Datacenter Group 30 medewerkers en worden er met in totaal 10.000 m2 vloeroppervlakte in twee datacenters zo’n 115 klanten bediend. Van den Berg voert de dagelijkse leiding, Niknam is als aandeelhouder op de achtergrond nog betrokken en Kasiman is, nadat hij in 2015 vertrok uit het bedrijf, bezig met nieuwe zaken rondom artificial intelligence. Het jongensboek is nog lang niet uit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *