Blog Tune into the Cloud: Gregor Petri over The Billionaire Boys Club

Gregor Petri

Nog niet zo lang geleden hadden ondernemers meerdere eeuwen of minstens decennia nodig om een valuatie van een miljard te bereiken en zo lid van de exclusieve Billionaire Boys Club* te worden. Families zoals de Rothschild’s, de Wallton’s of de Brenninkmeijer’s hebben weliswaar indrukwekkende vermogens opgebouwd, maar doordat dit meerdere generaties duurde is het inmiddels aardig verdund over broers, zonen, dochters, nichtjes en zelfs achter-achter-neven.

Met de komst van eerst IT, toen Internet en inmiddels de Cloud is dit significant veranderd. In een paar jaar creëren bedrijfjes met slechts 13 of een kleine 50 medewerkers vermogens waar gerenommeerde bedrijven en wereldberoemde artiesten alleen maar van kunnen dromen. Die versnelling is nog pregnanter wanneer we kijken naar applicaties die zich richten op de Nexus van Social, Mobile, Cloud en Analytics (SMAC) zoals Instagram, Tumbler en meest recent natuurlijk WhatsApp. Er is dan ook veel belangstelling voor de tipparade, de lijst met bedrijven, zoals Spotify, Deezer, Snapchat etc. die wellicht de volgende wereldwijde hit gaan vormen.

Het voorspellen van zo’n hit Nexus of SMAC applicatie blijkt overigens even moeilijk als het voorspellen van een hit in de muziekindustrie. Zelfs experts komen vaak niet verder dan algemene wijsheden zoals: ‘Wat goed is, komt snel’ of ‘You’ll know a hit, when it smacs you in the face’. Voor grote bedrijven met duizenden medewerkers is dat geen acceptabele strategie, vandaar dat men innovatie probeert te institutionaliseren middels strategieën

Een van die strategieën is ‘Lean StartUp’ (naar het gelijknamige boek). Hierbij probeert men in extreem korte tijd een ‘minimaal levensvatbaar product’ te lanceren om dit vervolgens razendsnel naar een verbeterd of zelfs compleet nieuwe product te laten evolueren. Anderen kiezen de aanpak van zogenaamde ‘Digital Skunk Works’. Het opzetten van een eigen start-up, liefst ver van het hoofdkantoor (om zo min mogelijk last te hebben van pottenkijkers of vertragende processen) die - vaak in samenwerking met partners van allerlei pluimage - een hit proberen te creëren. Het mantra hierbij is ‘Fail Fast’. Als 99 van de 100 ideeën falen, dan is het immers beter deze snel te laten falen - voordat ze bakken met geld kosten.

Overigens geldt die ‘Need for Speed’ niet alleen voor technologiebedrijven. Nu we aan de vooravond staan van de Digital Industrial Economy (DIE) zullen steeds meer bedrijven en organisaties (in media en entertainment, in de financiële sector, in de gezondheidszorg, in lokale en centrale overheid) waarde toevoegen via digitale momenten. Momenten waarop analyse van (vaak sociale en mobiele) informatie razendsnel wordt gebruikt om via de cloud nieuwe digitale services aan te bieden. Nieuwe services met hopelijk voldoende hitpotentieel.

* Een artiest die mee kan praten over hoe moeilijk het is om zelf een hit te creëren, is Pharrel Williams, de man achter de ‘Billionaire Boys Club’ album-tape en de gelijknamige kledinglijn. Een album waar overigens geen een hit op stond. Niet dat Pharrel geen hit potentieel heeft. Dankzij zijn markante stem en inbreng scoorden artiesten als Mika, Daft Punk, Britney Spears, Snoop Dog en vele anderen - vaak voor het eerst sinds jaren - in de bovenste regionen van de hitlijsten. Robyn Thicke heeft met Blurred Lines (een nummer dat de platenmaatschappij nota bene eerst niet wou uitbrengen!) zelfs dé zomerhit van 2013 op zijn naam (en dus niet op Pharrel’s naam). Inmiddels heeft Pharrel echter zelf een dikke wereldwijde hit te pakken met het nummer Happy, uit de film Despicable Me 2. Pharrel’s reactie? In diverse interviews heeft Pharrel aangegeven bijzonder verbaasd te zijn over het succes van dit nummer.

Gregor Petri