Ierse datacenterspecialisten weten Nederland te vinden

Rijdend over de A10 ziet de skyline van Amsterdam er sinds kort anders uit. Een gebouw zonder ramen torent boven de bomen uit. Grote hyperscale datacenters zoals deze steken steeds meer de kop op in het landschap. Vanwege de gunstige ligging in Europa heeft Nederland momenteel de snelst groeiende datacentermarkt ter wereld. Staan onze steden in de nabije toekomst vol met dit soort raamloze gebouwen? Wat voor invloed hebben ze op de urbanisatie?

Zo’n 60 km ten noorden van Amsterdam bouwt Microsoft aan een nieuw datecenter dat bij oplevering publieke clouddiensten zal verzorgen. Hiervoor is 40 ha grond vrijgemaakt op hightech campus Agriport A7 in Middenmeer. Het Ierse ingenieursbureau Linesight werkt mee aan het ontwerp en bouw van het datacenter dat een vermogen vraagt van ongeveer 120 MW. “De bouw van hyperscale datacenters zoals deze is een huidige trend die zich ook zal doorzetten in de nabije toekomst”, aldus Linesight-directeur Paul Butler.

De betrokkenheid van de Ieren zal hierbij aansluiten. Ruim dertig Ierse bedrijven zijn inmiddels internationaal actief in de bouw en ontwerp van datacenters. Zo heeft Linesight in Ierland veel Amerikaanse klanten geholpen bij de bouw van grote datacenters. De ontwikkeling van deze nationale expertise lag voor de hand. “In Ierland hebben we geografisch gezien een zeer veilige omgeving voor het plaatsen van datacenters en een zeer betrouwbaar elektriciteitsnetwerk”, licht Butler toe. “Hierdoor trekken we veel grote providers aan. Daarnaast investeren we veel in de ontwikkeling van glasvezelkabels, aangezien vanuit Ierland diverse onderzeese internetverbindingen naar de Verenigde Staten lopen.”

Er zijn volgens Butler verschillende trends die bijdragen aan de groeiende vraag naar datacenters. Uiteraard breidt het internet zich steeds meer uit, maar ook bijvoorbeeld banken, het leger en lokale overheden willen steeds meer data veilig kunnen opslaan in privé-datacenters. “Dit betekent dat we de veiligheid van datacenters steeds meer zullen aanscherpen, zowel virtueel als fysiek. Denk aan vingerafdrukscanners en beveiligingspanelen.” Maar opvallend is toch wel dat de opmars van kunstmatige intelligentie voor een flinke toename van data zal zorgen. Butler: “Deze technologie blijft zich in rap tempo ontwikkelen en veel grote spelers houden zich hier al een tijd mee bezig. Datacenters moeten zich hier echt op gaan voorbereiden.”

Wat we straks terug zullen zien in het landschap is een verveelvoudiging van wat we nu al hebben. Er zijn meer campussen in Nederland geschikt voor de enorme hyperscale datacenters zoals in Agriport. Butler: “Meer dan de helft van de cloudopslag in Nederland en wereldwijd is in handen van hyperscale datacenters van een handvol grote providers. Tientallen kleine providers met meerdere datacenters met vermogens van 4 MW tot 10 MW vullen het overige deel.” Deze kleinere datacenters zien we nu steeds meer van de grond komen wanneer we wat dichter bij het stedelijk gebied komen, zoals de ring Amsterdam en het industriegebied rondom Schiphol.

“Nog kleiner bouwen kan en gebeurt ook. In de bebouwde kom vinden we soms datacenters met een vermogen van 100 kW tot 500 kW”, aldus Butler. “In steden als Singapore en Hongkong, waar het land schaars is, komen we dit soort datacenters tegen in de al bestaande hoogbouw.” Toch zullen datacenters van enige omvang waarschijnlijk nooit in een woonwijk terechtkomen. Naast het visuele aspect zal er te veel geluidsoverlast zijn van ventilatoren op de daken.

Omdat grotere datacenters in de regel veel land nodig hebben, zijn de kosten hiervoor erg hoog. Daarom worden steeds meer datacenters geplaatst in leegstaande gebouwen die hierdoor weer een nieuwe functie krijgen. Butler: “Wanneer de constructie van een gebouw al vrij robuust is en er een aansluiting is op een groot elektriciteitsnetwerk, dan zijn er enkel nog de aanpassingen nodig voor het plaatsen van generators, koelsystemen, en de kabels en leidingen. Op grote industrieterreinen is dit vaak al het geval en is er ook al een dergelijke mate van veiligheid op het terrein aanwezig. Linesight kijkt nu ook naar deze mogelijkheden in onder andere Den Haag en Eindhoven.”

Hoe de gebouwen er van buiten uitzien, is van ondergeschikt belang, zegt Butler. “Maar vanuit onze ervaring denk ik dat eigenaren van datacenters wel bereid zullen zijn te investeren in het uiterlijk van hun gebouwen. Zeker wanneer de overheid het eist, zullen ze geld uitgeven aan architectuur. Datacenters zijn wat dat betreft uitzonderlijk: het zijn gebouwen waarbij de architectuur een secundaire rol speelt. Het belangrijkste doel ervan is het bewaren van gevoelige informatie. Alle aandacht gaat uit naar wat er zich binnen afspeelt.”

Omdat datacenters zeer complex zijn, is het Bouw Information Model (BIM) van wezenlijk belang voor de bouw en inrichting ervan. “We zouden ze niet kunnen bouwen zonder gebruik te maken van BIM”, vertelt Butler. “Intern zijn er heel veel pijpleidingen en stroomkabels die vervlochten zijn in de gebouwstructuur. BIM zorgt voor een foutlozer ontwerp en een snellere oplevering.” Ierse bedrijven zijn BIM voor datacenters gaan uitbreiden naar 4d- en 5d-modellering, waardoor het in real time de voortgang van een project weergeeft en de kosten voor bouwwijzigingen laat zien. BIM heeft tevens het modulair bouwen van datacenters een stuk aantrekkelijker gemaakt. Butler: “We gebruiken steeds vaker modulaire constructies voor onder andere de substations en elektriciteitsvoorzieningen. Veel onderdelen prefabriceren we en sluiten we op de bouwplaats pas op elkaar aan.”

Naast innovaties in het ontwerpen van datacenters zijn er ook steeds meer initiatieven op het gebied van duurzaamheid. Al loopt dat volgens Butler nog moeizaam. “Dat komt omdat datacenters vanwege de functie erg risicogevoelige gebouwen zijn. Niet veel bedrijven zullen daarom zomaar iets nieuws proberen totdat duidelijk bewezen is dat het werkt.” Toch nemen grote spelers als Microsoft en Google hierin af en toe het voortouw. “Microsoft heeft aangekondigd een datacenter te willen bouwen dat zelfs onder water komt te liggen”, weet Butler. “Google heeft in Zweden een datacenter aan de kust gebouwd en gebruikt zeewater als koelmiddel.” Datacenters verbruiken veel energie voor het koelen van de elektronica, dus het kan zeer efficiënt zijn om hiervoor oppervlaktewater te gebruiken. Er zijn zelfs providers die momenteel bezig zijn met de bouw van relatief grote datacenters op oude binnenvaartschepen. Daarbij gaan ze rivierwater gebruiken om te koelen. Maar ook de restwarmte van datacenters krijgt steeds meer aandacht. Het datacenter van Microsoft in Agriport zal de restwarmte straks transporteren naar de nabijgelegen broeikassen.

“Ik denk dat de duurzame energietransitie ook voor een groot deel het toekomstbeeld van datacenters zal bepalen”, concludeert Butler. “Het zal in de toekomst steeds meer draaien om de hyperscale datacenters die buiten de stadsgrenzen zullen liggen. Ieder datacenter zal gekoppeld zijn aan duurzame energiebronnen. Denk aan zonnepanelen, maar ook kleine windmolenparken direct naast het datacenter die speciaal daarvoor zijn aangelegd.”

Auteur: Armand van Wijck, Technisch Weekblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *