Waarom OCP en CORD de telco’s gaan redden

Er is een felle strijd gaande tussen de traditionele telecom-firma’s en de nieuwe zogeheten OTT (Over The Top) aanbieders van social media, online video en dergelijke. Deze OTT-spelers beschikken vaak over een hypermoderne datacenter-infrastructuur en kunnen hierdoor sneller en goedkoper hun diensten aanbieden. Daar hebben zij de veelal op oudere architecturen gebaseerde datacenter- en netwerkdiensten van traditionele telco’s niet meer voor nodig. Toch zien veel telco’s wel degelijk kansen om in deze wereld een (winstgevende) rol te spoelen. Hoe? Dankzij gebruik van Open Compute-apparatuur en een aanpak die CORD heet, meent John Laban. Maar snelheid is wel geboden. 

Kijk eens goed naar figuur 1. Hierin is duidelijk zichtbaar hoe moeilijk traditionele aanbieders van telecom-diensten het hebben in hun concurrentiestrijd met Over The Top (OTT) aanbieders als Facebook en Apple. Deze OTT-aanbieders verdienen veel geld met apps als WhatsApp, FaceTime, Hangouts en Skype. Persoonlijk kan ik mij niet meer herinneren wanneer ik voor het laatst een internationaal telefoongesprek heb gevoerd gebruik makend van een traditionele vaste lijn of een mobiele verbinding van Vodafone, KPN of T-Mobile. Die omzet lopen de traditionele telco’s nu dus mis en dat raakt hen hard, zoals figuur 1 laat zien.

Dit is niet zozeer een nieuw verhaal, maar in 2016 werd het traditionele telco’s duidelijk dat zij moesten ingrijpen. En wel door het model van de OTT’ers te kopiëren. Dit betekent in de praktijk dat zij hun oude en proprietary hardware aan de kant schuiven en overstappen op een open source-architectuur voor zowel hun software als hardware. Alleen dan kunnen zij loskomen van de traditionele en kostbare vendor lock-in waar zij al jaren mee te maken hebben. Open source en samenwerking (in goed Engels: ‘collaboration’) is inmiddels dé nieuwe manier van werken. Lees hiervoor bijvoorbeeld maar eens het boek ‘The Zero Marginal Cost’ van Jeremy Rifkin. Het grote voordeel van een open source-aanpak is namelijk dat het sneller tot betere producten leidt. De telco’s moeten dus gaan samenwerken, want ieder voor zich zijn zij niet in staat deze transformatie tot een goed einde te brengen.

Enter CORD

De aandacht van telecom-firma’s richt zich met name op het omvormen van de traditionele telefooncentrale tot een nieuw concept. Hier speelt het open source-project CORD een hoofdrol. CORD staat voor ‘Central Office Re-architected as Datacentre’. Wellicht niet de makkelijkste kreet, maar het beschrijft goed waar het hier om gaat. In plaats van een dedicated hardware/software-omgeving voor telefonie (zeg maar: een appliance) maakt CORD gebruik van een standaard datacenter-omgeving die met behulp van open source-software geschikt wordt gemaakt voor het creëren van tal van diensten. Ook telefonie, maar zeker ook tal van andere diensten, waarvan sommige wellicht nog niet eens bedacht zijn.

Rondom CORD is een grote en zeer actieve open source community ontstaan. Interessant genoeg zijn het niet traditionele telco’s als AT&T of BT die hier de toon zetten. Geheel in lijn met de open source-traditie is sprake van een zeer gemengd gezelschap die niet de fout heeft gemaakt om een ‘Telephone Exchange Re-architected as Datacentre’ als doelstelling te nemen. Het slimme van de OTT-spelers is namelijk dat zij een aanpak hebben ontwikkeld waarbij niet telefonie centraal staat, maar het ontwikkelen en aanbieden van digitale diensten. Maakt niet uit of het om audio, video, spraak, applicaties of foto’s gaat – het is een software-defined omgeving waarbij de basis geleverd wordt door een en dezelfde architectuur. Telefonie of spraak is hierbij simpelweg een van de vele diensten die van deze onderliggende architectuur gebruik maakt.

Software-defined

Veel van de Central Offices (CO) ofwel telefooncentrales kennen inmiddels een historie van 40 tot 50 jaar. Iedere faciliteit telt meer dan 300 verschillende soorten apparaten, die allemaal proprietary zijn. Met andere woorden: ze zijn ontwikkeld door een fabrikant die het ‘intellectual property’ daarvan voor zichzelf houdt. Ander belangrijk probleem: deze apparatuur (of zo u wilt: deze architectuur) is niet programmeerbaar. Een nieuwe dienst toevoegen betekent dus dat nieuwe apparatuur moet worden aangeschaft die deze functie levert. Dat kost geld, om nog maar te zwijgen van de kosten die het integreren (en testen en beheren van die integratie) van die nieuwe apparatuur in de bestaande architectuur met zich meebrengt. Niet verwonderlijk dus dat het overgrote deel van de CAPEX en OPEX van telco’s gekoppeld is aan hun Central Offices.

Hier speelt echter nog een punt. Wie bestaande apparaten door middel van programmeren nieuwe of extra functionaliteit kan geven, kan snel en efficiënt innoveren. Zelf even uitproberen of een nieuw idee realistisch is, zou kunnen werken en vereist immers niet veel meer dan een paar uren programmeren en vervolgens in een kleine omgeving testen. Een software-defined omgeving is dus niet alleen goedkoper, het is vooral sneller als het gaat om innoveren. Ik durf zelfs de stelling aan dat software-defined innovatie stimuleert of zelfs uitlokt. Hoe anders is de traditionele telco-wereld waar voor ieder nieuw idee kostbare want proprietary apparatuur aangeschaft dient te worden en dus ieder nieuw idee eerst door een bureaucratisch proces moet voordat toestemming is verkregen om alle benodigdheden aan te schaffen. En wat als voor uw nieuwe idee nog helemaal geen hardware bestaat? Gaat een traditionele telecom-vendor dat dan voor u ontwikkelen?

Network Function Virtualization

In figuur 2 is een beeld geschetst van de CORD-architectuur. Het is natuurlijk een high-level plaatje, maar het laat een paar dingen goed zien. Allereerst speelt OCP-apparatuur (Open Compute) hierin de rol van werkpaard. OCP levert de hardware voor compute, storage en network. Maar minstens zo belangrijk is het feit dat er sprake is van een volledige ontkoppeling tussen software en hardware. OCP levert uitsluitend de hardware. Alle software die nodig is om deze OCP-systemen te laten functioneren, wordt geleverd door open source-projecten. Sommige zijn bekend (OpenStack bijvoorbeeld of Docker), andere wellicht wat minder – denk aan Chef of ONOS.

Verder is in figuur 2 goed te zien dat de proprietary appliances waaruit een CO momenteel bestaat geheel is verdwenen. De functies die zij bieden c.q. boden worden nu overgenomen door software. Hierbij speelt met name NFV ofwel Network Function Virtualization een hoofdrol.

Kostenbesparingen

Opmerkelijk aan de architectuur in figuur 2 is dat deze in principe gelijk is aan de opzet die OTT-players voor hun datacenter hebben gekozen. Het gaat bovendien niet om nieuwe en nog onvolwassen technologie. Welnee: deze aanpak wordt al sinds 2015 toegepast door de OTT’ers en we kunnen inmiddels dus gerust spreken van ‘mature technology’.

Van de traditionele telco’s is het Amerikaanse AT&T het verst met de migratie naar CORD. Alle 4.700 CO’s van deze telco in de VS worden omgezet naar de CORD-aanpak. SK Telecom uit Korea gaat minstens zo hard als de Amerikanen. De Europeanen zijn (helaas) trager. Tijdens de OCP Summit in maart 2016 hoorde ik topmensen van de Europese telco’s verklaren dat zij haast hadden. Maar de eerste Europeaan die over is op CORD heeft dit niet voor eind 2018 voor elkaar.

AT&T’s John Donovan heeft inmiddels al tal van voordelen van het implementeren van CORD op een rij gezet. Zoek op YouTube maar even op ‘John Donovan’ en ‘Open Network Summit’ voor een aantal van zijn presentaties. Let daarbij vooral op dat het AT&T niet zozeer te doen was om kostenbesparingen, maar vooral om snelheid, innovatie en wendbaarheid. Desondanks heeft het concern tot 70% aan besparingen op hardware-kosten kunnen maken.

CORD-smaken

Er is niet zozeer één CORD dat voor alles een oplossing biedt. CORD komt in een aantal smaken (zie figuur 3):

  • R-CORD voor ‘residential’ ofwel voor diensten voor huishoudens en kleine bedrijven
  • E-CORD voor enterprise-toepassingen
  • M-CORD voor mobiele toepassingen

Gevolgen voor branche

Mooi verhaal, denkt u nu vast, maar wat is de relevantie daarvan voor mij? Of u nu werkzaam bent in de datacenter-industrie, voor een telecom-aanbieder werkt of juist bij een ICT-vendor – de impact zal groot zijn.

Vooral het gebruik van OCP-hardware zal er flink inhakken bij traditionele aanbieders van telco-hardware. Voor ICT-vendoren is de situatie minder duidelijk. Gaan zij op de OCP-trein springen en zelf ook open hardware leveren? Of laten zij deze markt helemaal over aan de Aziatische aanbieders die wél heel snel hebben gereageerd? Kijkt men liever naar een doorgroei richting diensten?

Voor de toeleveranciers aan de datacenter-industrie zullen de gevolgen ook groot zijn, maar zeker niet altijd negatief. Tal van deze aanbieders leveren nu ook al aan telco’s en die rol zal niet zozeer veranderen. Wel zien we dat OCP ook een duidelijke rol begint te spelen als het gaat om de verdere inrichting van computerzalen. Power, koeling – het wordt allemaal anders gedaan binnen OCP dan we traditioneel gewend zijn. Maar wie in staat is zich deze kennis eigen te maken en te combineren met eigen producten en diensten, zou wel eens als een winnaar uit deze strijd naar voren kunnen komen.

Voor alle aanbieders geldt echter: stil staan is geen optie. Kijk hiervoor maar eens naar de ontwikkeling van de aandelenkoersen van traditionele vendoren die telecomapparatuur leveren. Volg hun aandelenkoers gedurende de afgelopen – zeg – twee jaar. En kijk dan eens naar de verwachtingen die analisten uitspreken over de toekomst van deze firma’s nu zij zich geconfronteerd zien met een open source community als CORD. Dat geldt helemaal voor bedrijven die gericht zijn op het bouwen, onderhouden en beheren van enterprise datacenters. Mijn inschatting is dat deze markt de komende jaren een enorme krimp te zien gaat geven. Ik schat dat in 2025 deze enterprise datacenter-markt met 80% zal zijn gekrompen. Zoals ik al zei: stil staan is geen beste strategie.

Meer weten?

John Laban is de Europese vertegenwoordiger van Open Compute Project

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *