Tune into the Cloud: Gregor Petri over Cheap Thrills

Lange tijd was productdifferentiatie het non-plus-ultra voor technologische oplossingen, maar sinds kort zien we – in een industrie ongeveer even oud is als de cloud sector – een aantal leveranciers een diametraal tegengestelde strategie volgen. De industrie waar we het over hebben is de smartphone industrie, een sector die – na vroege pogingen zoals de Nokia 9000 (de ijskast) en de eerste RIM blackberries (waarmee je nog niet kon bellen) – pas echt van start ging met de introductie van de eerste iPhone. Dat was in juni 2007, iets meer dan een jaar na wat nu algemeen als het begin van de cloud gezien wordt, namelijk de lancering van Amazon’s S3 service in maart 2006.

Maar terwijl in de cloud zowel de leiders aan de bovenkant van de markt als de challengers aan de onderkant van de markt zich nog steeds proberen te differentiëren door dingen toch net weer anders dan de concurrent te doen, zien we aan de onderkant van de smartphone markt een ultieme hang naar standaardisatie. Een voor een stapt een groot aantal leveranciers van op Android gebaseerde telefoons namelijk over op het instaleren van plane vanilla Android. Geen speciale skins, geen verzameling bloatware en al helemaal geen eigen software.

Voor gebruikers is er hierdoor nauwelijks meer sprake van een leercurve bij het wisselen van leverancier. Bovendien kunnen updates van de onderliggende open source software onmiddellijk – zonder noodzaak tot het her-aanbrengen van leveranciers specifieke aanpassingen – geïnstalleerd worden waardoor de telefoon veel minder snel zal verouderen en dus langer mee kan. Open source zoals het bedoeld was. Niet slechts om leveranciers een snelle start te geven voor het uitbrengen van een toch weer propriatary product, maar om gebruikers een uitwisselbaar en standaard platform te geven.

Selectie in dit segment van de telefoonmarkt gebeurt daardoor steeds meer op basis van pure hardware specs. De functionaliteit is dankzij het gebruik van exact dezelfde software namelijk precies hetzelfde en ook de vormgeving is niet meer bepalend voor de keuze. Ze zien er namelijk allemaal uit als een egale zwarte glasplaat zonder knoppen aan de voorkant met een zelf gekozen hoesje tegen valschade aan de achterkant. Weliswaar kunnen sommige innovaties – zoals draadloos opladen, vingerafdruklezers en dubbele camera’s – misschien een jaartje later komen dan bij de marktleiders, maar dan wel geïmplementeerd op een standaard manier en tegen significant lagere kosten.

De enige vraag die daarmee overblijft is: neem ik een 8-core, 6” voor 95 dollar of een 4 core 5” voor 50 dollar, allebei af fabriek voorzien van de laatste versie van Android. De genoemde (inderdaad erg lage) prijzen zijn overigens geen wishfull thinking van deze schrijvende gadgetfreak, maar werkelijk in het wild aangetroffen prijzen van gerenommeerde fabrikanten, zelfs inclusief BTW, invoer- en verzendkosten. Eigenlijk doen alleen de twee marktleiders niet aan deze trend mee.

De vraag is of worstelende cloud leveranciers eenzelfde aanpak zouden moeten overwegen. Dus niet het aanbieden van een eigen – weliswaar op open source gebaseerde – unieke cloud oplossing die met heel veel geluk net 1 of 2 % marktaandeel haalt, maar in plaats daarvan een 100% ongedifferentieerde implementatie van een standaard platform. Een standaard platform dat – als je de omzet van al deze ‘commodity’ leveranciers optelt – misschien wel 20/30% marketaandeel haalt en waar klanten naadloos kunnen overstappen omdat niet alleen de API’s maar ook de geboden platform services (zoals databases, messaging en container scheduling) exact hetzelfde werken. Een hele stap verder dan wat we nu vaak zien met platform as a service producten, waarbij weliswaar het framework gestandaardiseerd is (bijvoorbeeld op basis van CloudFoundry) maar de onderliggende services zeker niet.

Als het inderdaad deze kant op gaat dan zal ook voor cloud leveranciers de selectie steeds meer plaatsvinden op basis van pure specs, prijzen en… niet te vergeten op basis van datacenter locatie. Dit laatste wordt namelijk steeds belangrijker om te voldoen aan lokale eisen op het gebied van compliance, data residency en natuurlijk de steeds belangrijker wordende privacy.

Cheap Thrills is in Nederland het bekendste nummer van Sia, de extreem populaire artiest die op Apple’s recente iPhone introductie – in jaar 9 – de muzikale uitsmijter voor haar rekening nam. Een artiest die er overigens voor heeft gekozen om deze populariteit niet direct aan haarzelf te verbinden, door bij alle publieke optredens van een anonimiserende standaard wit/zwarte (faceless) pruik gebruik te maken. Dit doet namelijk wonderen voor haar privacy.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *