Tune into the Cloud: Gregor Petri over At the Hop

Ongeveer een jaar geleden spraken we hier over ‘the need for speed’ en hoe een concept als ‘serverless computing’ hier op inspeelt. Inmiddels zijn we een jaar verder en begint de term ‘serverless’ onverwacht grote proporties aan te nemen. Sommigen zien hierin zelfs de opvolger van de cloud en ook de aanhangers van de term PaaS moeten zich misschien zorgen gaan maken.

De vraag is of hier sprake is van een staaltje Hype Hopping. Het moeiteloos overspringen op een volgende hype zodra blijkt dat het toch niet zo mooi en al zeker niet zo simpel is, als we in eerste instantie allemaal dachten. In de Gartner Hype Cycle noemen we dit al jaren ‘het dal van de desillusie’ en lang niet alle hypes bereiken de helling van verlichting of het plateau van productiviteit die achter dit dal liggen.

Maar ook aan het begin van hypes zien we valkuilen. Zo begon cloud computing ooit aan haar reis onder namen als ‘on demand’ en ‘utility’ computing. Klaarblijkelijk niet sexy genoeg om te overleven. Voor de naam serverless is dit ook nog maar de vraag, want in werkelijkheid zijn er natuurlijk nog wel degelijk servers bij betrokken. Of serverless werken wel echt voldoende anders is om als een nieuwe generatie van ‘How to do IT’ gezien te worden is niet eenvoudig te beantwoorden. Eerdere generaties zoals Structured Programming, Object Oriëntatie, Service Oriented Architectures en nu Micro Services hebben allemaal net genoeg van elkaar weg dat er ergens wel een mainframe type met een witte baard kan claimen dat hij dat al in de zestiger jaren op een S/360 geprobeerd heeft. En ook virtualisatie, software appliances, containers en alles wat vaart onder de ‘as a service’ vlag hebben al vele stappen gezet om de onderliggende fysieke server uit ons directe blikveld te verwijderen.

De bekendste incarnatie van serverless is op dit moment Lambda van Amazon Web Services. Maar dit was zeker niet de eerste. Manta van Joyent – sinds kort onderdeel van de consumentenelektronica gigant Samsung, en Ironworker van Iron.IO waren eerder. Ook is Lambda al lang niet meer de enige. Kijk maar naar Azure Functions, Google Cloud Functions en IBM OpenWhisk, die overigens allemaal nog slechts in een Beta of zelfs Alfa versie beschikbaar zijn. De term functions is populair met betrekking tot serverless. Sommigen gebruiken de term Functions as a Service (FaaS) of Function Platform as a Service (fPaaS) zelfs als alternatief voor de term serverless.

De meeste serverless oplossingen stellen gebruikers in staat om zelf gedefinieerde functies op basis van diverse event triggers uit te laten voeren. Zo kun je bijvoorbeeld een plaatje verkleinen iedere keer als iemand een plaatje bewaart, of een rekening sturen iedere keer als iemand een liedje streamt. De aangeroepen functie wordt – achter de schermen – meestal uitgevoerd in een container (omdat die zo lekker snel opstarten). Terwijl deze containers draaien binnen een voor die gebruiker geïsoleerde omgeving (meestal een Virtual Machine, omdat die goed en veilig te isoleren zijn). Bij sommige platformen definieer je de functies met een stukje code, bij andere kun je functies in je eigen container inbrengen (wat gevoelsmatig een stuk minder ‘serverless’ aandoet).

De essentie in mijn ogen is dat je je niet alleen geen zorgen hoeft te maken over WAAR iets draait, maar ook niet meer over WANNEER. Dat regelt immers de trigger of het event. Waardoor constructies als eindeloze loops en complexe ‘If then else’ bomen eindelijk tot het verleden kunnen gaan behoren. Een van de meest gehoorde commentaren is dan ook hoe weinig code je met serverless hoeft te schrijven om iets voor elkaar te krijgen.

Daarmee wordt de provider van het platform verantwoordelijk voor het WAAR en het WANEER en hoeft de gebruiker alleen nog maar het WAT te bepalen. Op de een of ander manier klinkt deze belofte me bekend in de oren. Beloofden non-procedurele en event-gestuurde 4e generatie talen niet ook al zo iets? En wellicht heeft serverless op lange termijn ook wel dezelfde nadelen. Namelijk dat als het niet presteert het bijna onmogelijk is om het als gebruiker te tunen laat staan te refactoren.

Of we dus straks allemaal onze net gedrukte visitekaartjes en LinkedIn profielen met ‘Cloud nog-wat’ gaan vervangen met ‘Serverless’ varianten is dan ook nog maar de vraag. Als is het maar omdat ‘het draait in de cloud’ toch net wat lekkerder bekt dan ‘het draait at the serverless’.

‘At the Hop’ van Danny & the Juniors schoot in 1958 direct naar de top van de charts en bleek de bands’ grootste maar niet hun enige hit. Andere hits waren het grotendeels vergeten ‘Dottie’ en ‘Twistin USA’. Hoewel de Hop als dans duidelijk anders was dan de Twist en daarop volgend Rock & Roll en nu Hip Hop varianten, was het voor veel ouderen allemaal een pot nat van zinloos gespring.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *