Tune into the Cloud: Gregor Petri over Yes, We Have No Bananas

Net zoals ‘Yes, We Have no Bananas’ ieder decennium wel een keer lijkt terug te komen*, kent ook de IT een aantal thema’s die zich steeds lijken te herhalen. Een daarvan is het idee dat als we eenmaal een betere manier ontdekt hebben om iets te doen, dat we dan alle bestaande investeringen gewoon overboord kunnen zetten en vervangen. Zo zouden we mainframes vervangen door distributed systems, distributed systems door client/server, client/server door webarchitectuur en nu webarchitectuur door cloud.

In de minstens even hype-centric wereld van de diëtiek (de leer van diëten) zou dit vergelijkbaar zijn met het volledig overschakelen op het alleen nog maar eten van bananen, nadat iemand heeft ontdekt dat bananen eigenlijk best een aantal goede eigenschappen hebben (vult goed, veel koolhydraten, vitamines, goedkoop, houdbaar, et cetera). Nu zijn er best dieet goeroes met veel invloed (denk aan het eierkoek effect van Sonja Bakker, waar de gezamenlijke bakkerij industrie nu nog enthousiast over is) maar bestedingspatronen veranderen meestal slechts marginaal en bovendien heel langzaam.

Na 10 jaar cloud is de totale besteding van bedrijven aan cloud services dan ook nog steeds minder dan tien procent van de totale IT-uitgaven van de sector. Een cloud-only strategie loopt dan ook behoorlijk ver voor de muziek uit. Zelfs een cloudpionier als Netflix heeft pas dit jaar haar laatste server de deur uit gedaan, en dit dan nog alleen voor haar streaming business. De DVD business van Netflix – ja, die bestaat nog – draait nog gewoon in huis. Het gemiddelde bedrijf doet er dan ook goed aan om een ‘Niet Bij Bananen Alleen’ motto in gedachten te houden. Steeds alles weggooien en opnieuw beginnen is simpelweg geen optie. Stel je eens voor dat voor grote nationale infrastructuur zoals vliegvelden, snelwegen en energiecentrales we iedere keer opnieuw zouden beginnen als de politieke kleur (en daarmee de geprefereerde aanpak) verandert.

Maar daarmee wordt samenwerking tussen oud en nieuw wel belangrijker. De term die de industrie hiervoor omarmd heeft, is – zoals eerder besproken – Hybrid. In reclametermen ‘Een beetje van mezelf en een beetje van de Cloud’. De grote vraag daarbij is: waar leggen we de knip. Wat doen we in de (publieke) cloud en wat doen we zelf. Vanuit compliance en dataresidentie oogpunt zagen veel organisaties wel iets in een knip die tussen data en processing lag. Storage doen we zelf en compute doen we in de cloud.

Maar velen van ons zullen zich herinneren, wat we ooit proefondervindelijk met klassieke client/server ontdekt hebben. Namelijk dat als de compute (op fat-clients) net iets te ver van de data weg ligt, het echt voor geen meter schaalt. Vandaar de introductie van 3-tier architecturen (en miljarden aan citrix-achtige server-based computing configuraties), waarbij processing en storage weer gewoon dicht bij elkaar stonden, verbonden door een liefst zo snel mogelijke en zo breed mogelijke verbinding. Vandaar dat het scheiden van data en processing in de cloud tot nu toe grotendeels viel onder het bekende ‘Do not try this at home’ advies.

Maar er gloort wat hoop. Door de eigen data niet thuis neer te zetten maar in een colocation datacenter vlakbij (of nog liever in hetzelfde) datacenter als de compute infrastructuur van de cloud provider, winnen we al aardig wat fysieke meters. Daarnaast kunnen we steeds meer gebruik maken van directe (private LAN/WAN) connecties in plaats van op internet gebaseerde verbindingen. En als laatste zijn een aantal leveranciers die al jaren netwerk acceleratie software aan SAN/NAS producenten leverden, bezig om deze algoritmes en protocollen beschikbaar te maken voor gebruik tussen private en publieke clouds. Kortom, voldoende mogelijkheden om eens creatief te gaan kokkerellen (maar uiteraard zonder dat nieuwe menu meteen tot verplichte eenheidsworst te bestempelen).

‘Yes, We Have No Bananas’ uit 1922 gaat over een groenteboer die simpelweg verkocht wat hij in huis had ongeacht waar de klant eigenlijk om vroeg (klinkt bekend?). Het dook opnieuw op in de jaren dertig (als lijflied van Ierse strijders voor godsdienstvrijheid), veertig (tijdens de Engelse bananen importstop gedurende WO2); vijftig (als thema song van komiek Jimmy Durante), zestig (in een film met onze ‘landgenoot’ Dick van Dyke), daarna in de Simpsons (Bart’s girlfriend) en deze eeuw in Australië nadat een storm (Cyclone Larry) daar grotendeels de bananenoogst verwoestte.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *