Blog Datacenter Practice: Rudi de Visser over ‘Nut en noodzaak van redundantie’

Redundantie is een groot goed in de huidige digitale economie. Het zorgt ervoor dat vitale infrastructuren te allen tijde beschikbaar blijven. Voor ingrijpende zaken als de verkeersdoorstroming is een redundante verbinding onmisbaar, maar geldt dat ook voor de verbinding van een middelgrote onderneming naar het datacenter? Redundantie kost geld, en het loont om kritisch te kijken naar het nut en de noodzaak ervan.

Wanneer een bedrijf zijn IT-omgeving (al dan niet primair) naar een datacenter verhuist, wordt vaak gekeken naar het ‘tier’-niveau van het datacenter. Dat niveau zegt iets over de mate van de beschikbaarheid van de apparatuur van het datacenter. Daarbij wordt vooral gekeken naar het redundant uitvoeren van voorzieningen, waarbij met redundant ‘dubbel’ wordt bedoeld (in tegenstelling tot wat het woord feitelijk betekent; namelijk ‘overbodig’). Maar alleen het redundant uitvoeren van voorzieningen zegt nog niets over de kwaliteit van die redundantie of over de beschikbaarheid. Zo kan een netwerkverbinding dubbel worden uitgevoerd over hetzelfde of elkaar kruisende glasvezel tracé, maar als deze glasvezel beschadigd raakt door bijvoorbeeld graafwerkzaamheden in een straat verderop, is zowel de primaire verbinding, als de redundante verbinding uitgevallen en de beschikbaarheid gedaald tot nul. Ook hoeft de redundante verbinding niet dezelfde snelheid te hebben om toch als redundant aangemerkt te worden. Allemaal zaken die voor een vals gevoel van veiligheid kunnen zorgen.

Hoeveel downtime is acceptabel?

Het Uptime Institute categoriseert datacenters in vier ‘tiers’, volgens de Telecommunications Infrastructure Standard voor Data Centers, TIA-942. Deze niveaus zeggen iets over het aantal garanties voor het type hardware dat is ingezet om te zorgen voor redundantie. Zo biedt een tier-1 datacenter geen redundantie, een tier-2 datacenter gedeeltelijke redundantie, een tier-3 datacenter N+1 en een tier-4 datacenter 2N+1. Daarmee wordt bedoeld dat in een tier-3 datacenter alle voorzieningen zijn uitgevoerd met één extra systeem als back-up, bijvoorbeeld 1 UPS + 1 extra. Bij een tier-4 datacenter is er nog een extra zekerheid ingesteld, want daar worden de voorzieningen standaard dubbel uitgevoerd én wordt er een extra voorziening achter de hand gehouden, dus 2 UPS’en + 1. Het ligt voor de hand dat de uptime en beschikbaarheid in een tier-4 datacenter hoger zijn dan bij een tier-1. Toch geldt voor die laatste ook een beschikbaarheidseis van 99,67 procent per jaar (tier-4: 99,995 procent per jaar). Voor veel organisaties is een bijna 100 procent beschikbaarheid niet alleen onbetaalbaar, maar eveneens niet noodzakelijk. Het is zaak om kritisch te kijken naar de SLA’s en garanties die een datacenter biedt, en hoeveel downtime per jaar maximaal mag voorkomen. Belangrijk daarbij is om goed te kijken naar de certificering van een datacenter. Alleen dan weten klanten zeker dat de criteria en voorzieningen in het datacenter aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen. Kijk vervolgens goed naar de manier waarom redundantie geboden wordt (zijn de voorzieningen vergelijkbaar, maar wel daadwerkelijk separaat?) en maak daarna de keuze voor een datacenter (of verdeel de IT-systemen over 2 faciliteiten).

Checklist redundantie

Om een weloverwogen keuze te maken, kun je jezelf een aantal vragen stellen:

  1. Hoeveel downtime is maximaal toelaatbaar per jaar?
  2. Hoe is de redundantie in het datacenter uitgevoerd (aantal en capaciteit)?
  3. Zijn redundante voorzieningen fysiek gescheiden?
  4. Wordt de redundantie gewaarborgd tijdens onderhoud?
  5. Is er sprake van redundantie in netwerkleveranciers?
  6. Is redundantie beschreven in processen en procedures?
  7. Zijn SLA’s met leveranciers van systemen geborgd?

Maak de juiste keuze

Redundantie is onmisbaar voor vitaal dataverkeer, maar er hangt een prijskaartje aan. Voor veel organisaties is het aan te raden kritisch te kijken naar de noodzaak van redundant uitgevoerde datacentervoorzieningen. Vaak kan er met een combinatie van de eigen computerruimte (of datacenter met tier-2 niveau) en een tier-3 datacenter de juiste betrouwbaarheid worden behaald tegen acceptabele kosten.

Rudi de Visser is Business Consultant bij Eurofiber

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *